|
maandag 04 januari 2010 |
De kredietcrisis mag voor minder geboortes zorgen, overal lijk je gezinnen met drie kinderen te zien. Het ‘grotere gezin’ wint aan populariteit. Het aantal driekindgezinnen is de afgelopen tien jaar gegroeid van 405.000 naar 477.000.
 Steeds meer gezinnen met drie kinderen (meestal geen drieling, maar dat geeft zo'n mooi plaatje) Ingrid Mesie (37) moet even nadenken over de vraag. "Tja, waarom kregen wij drie kinderen? Twee of drie maakt eigenlijk niet zo veel uit. Met twee kinderen ben je alle drukte al gewend. Op een gegeven moment wilden mijn man en ik graag een derde kind." Blijft het bij drie? "Als iemand in mijn omgeving zwanger is, kriebelt het wel eens. Maar het zou niet verstandig zijn. Voor drie kinderen kunnen we goed zorgen."
Het begon met een waarneming. Onder vrienden, familieleden, collega's, in de crèche van de kerk: gezinnen met drie kinderen zijn overal. Is het gezin met twee kinderen 'uit'? Is het iets christelijks, een overblijfsel van de grote gezinnen die gereformeerd en katholiek Nederland vroeger kenmerkten? Steeds vaker moet de klassieke moederfiets met voor- en achterzitje op straat de bakfiets naast zich dulden, waarin met gemak drie kinderen passen.
Recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lijken voorzichtig de waarneming te bevestigen. Kende Nederland in 1999 405.000 gezinnen met drie kinderen of meer, in 2009 groeide dat naar 477.000 gezinnen. Onbetwiste koploper onder de huishoudens met kinderen is nog steeds het tweekindgezin. De helft van alle Nederlandse kinderen groeit op met één broertje of zusje, 10 procent blijft enig kind, 35 procent maakt deel uit van een gezin met drie kinderen. Het aantal driekindgezinnen in Nederland ligt ongeveer vijf procent hoger dan in de rest van Europa. (ND)
|