Kabinet gevallen, gezin blijft staan
Het zogenaamde projectministerie voor Jeugd en Gezin was een soort experiment dat in een volgende regering waarschijnlijk niet voor herhaling in aanmerking komt. Al was het alleen maar omdat er minder ministeries moeten komen. Dat wordt dus weer een typisch Haagse discussie die niet gaat over de inhoud, maar over besturen en budgetten: een minister of staatssecretaris voor Gezin kan er zomaar komen als er nog ergens een poppetje op de balans van de partijen moet komen.

Bij deze dus een voorstel waarin het mes aan twee kanten snijdt: (veel) minder ministeries en een zinvolle inhoudelijke indeling, namelijk die van de levensloop. Het gaat tenslotte om mensen, niet om historisch toevallig gegroeide ambtelijke machtsblokken, die als een soort legoblokjes zijn gestapeld. Mijn voorstel is als volgt:

  1. Algemene Zaken, de minister-president is uiteraard letterlijk een vak apart.
  2. Financiën.
  3. Buitenlandse Zaken, dat gaat over 6 miljard medebewoners van de wereld, inclusief uiteraard Ontwikkelingssamenwerking en Defensie. Kijk naar Uruzgan, waar het leger in feite ingezet wordt voor politieke doelen….met de opdracht om aan ontwikkeling te doen.
  4. Binnenlands Bestuur, waarin justitie en politie eindelijk gaan samenwerken in plaats van elkaar in het openbaar verwijten te maken. Inclusief Verkeer en Waterstaat, zodat het verschil tussen rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen in het kader van de doorstroming kan vervallen.
  5. Werk, waarin Economische en Sociale Zaken samengaan, inclusief uiteraard Landbouw, dat al jarenlang een merkwaardige hybride van winst en subsidies is.
  6. Onderwijs, spreekt voor zich.

    ...en als zevende en laatste departement het Gezinsdepartement – dat we ook PRIL kunnen noemen, dat van de Primaire Leefsfeer.

Ministerie PRIL Alle serieuze vragen op het gebied van Jeugd, Volksgezondheid, maar ook van Volkshuisvesting en Milieu hebben immers op de een of andere manier te maken met datgene wat binnen het huishouden gebeurt, via opvoeding, relaties, enzovoort. Het is immers heel simpel: achterstanden die kinderen in de eerste paar jaar van hun leven oplopen, doordat ze niet goed verzorgd worden (fysiek of emotioneel), lopen ze op geen enkele manier in.

Al reorganiseer je het onderwijs nog zes keer heen en weer, al geeft je tien miljard uit aan integratie en reïntegratie, al zet je honderd projectgroepen in tegen overgewicht. Het zijn immers al eeuwenlang de ouders die de sleutel voor de toekomst van de samenleving in handen hebben. In de meest letterlijke zin van het woord, zonder ouders, geen kinderen, geen volgende generatie. Het zijn ouders die – zoals recent het Duitse gezinsministerie heeft berekend, door hun vrijwillige inzet ongeveer evenveel aan het BNP bijdragen als alle bedrijven. (En wie dat niet gelooft hoeft alleen maar in de tabellen te kijken wat de kinderopvang kost: twee fulltime kindplaatsen samen komen op 80.000 euro per jaar, er zijn weinig gezinnen die dat verdienen).

Als we via een Gezinsministerie een kwart van de middelen die we nu nodig hebben voor reparaties achteraf aan ontspoorde jongeren in de infrastructuur voor ouderschap staken, van ouderschapsverlof tot opvoedingssteun in de eerste paar jaar, dan konden we lachen om die 35 miljard. Ok, misschien overdrijf ik een beetje, maar de boodschap lijkt me duidelijk: wie het gezin niet eert is de toekomst niet weerd.

Peter Cuyvers
_______________

Peter Cuyvers is pedagoog en deskundige rond gezinsbeleid. Hij was actief als secretaris van het Nederlandse Nationaal Comite voor het VN-Jaar van het Gezin (1994), verantwoordelijke voor het periodieke Nationale Gezinsrapport voor het Kabinet van de Nederlandse Gezinsraad, lid van het Observatory on Family Matters van de Europese Unie.