De vruchten van het huwelijk
De vruchten van het huwelijkDe katechismus zegt in nr. 1638: "Uit een geldig huwelijk ontstaat tussen de echtgenoten een band, die van nature blijvend en exclusief is; bovendien worden in een christelijk huwelijk de echtgenoten door een bijzonder sacrament voor de plichten en de waardigheid van hun staat gesterkt en als het ware gewijd".

Dat is een hele compacte definitie. Wat bedoelt de Kerk daarmee?

  1. De huwelijksband
    De band van het huwelijk is een verbond dat lijkt op het Verbond van God en mens. Dan gaat het over een relatie die zó diep is, dat men kan zeggen: "De echte huwelijksliefde wordt opgenomen in de goddelijke liefde". (KKK nr. 1639)

  2. De genade van het sacrament van het huwelijk
    Vroeger spraken de gelovigen over ‘de genade van staat.’ Dat betekende: iedereen krijgt van God precies wat hij/zij nodig heeft, niets meer en niets minder. Gehuwden krijgen de genade die ze nodig hebben om trouw en liefdevol te blijven werken aan de totale levensgemeenschap; iets wat een priester of een kloosterling niet krijgt. Daarentegen krijgen gehuwden weer niet de genade van het het celibaat – gelukkig maar.

    De H.Franciscus van Sales zegt er heel treffend over in zijn Inleiding in het devote leven (1609), hoofdstuk 3: “Bij de schepping beval God aan de planten om ieder volgens haar soort vruchten te dragen, en aan de christenen, die de levende planten zijner Kerk zijn, beval Hij eveneens, dat zij ieder naar eigen hoedanigheid en levensstaat vruchten van devotie zouden voortbrengen. Anders moet de devotie beoefend worden door een edelman, anders door een handwerksman, weer anders door een huisknecht, door een vorst, door een weduwe, door een meisje, door een gehuwde vrouw; en zelfs deze aanpassing is nog niet voldoende, want de beleving der devotie moet zich aanpassen aan de krachten, de bezigheden en plichten van iedere afzonderlijke mens.”

    Iedere gelovige, gehuwd of ongehuwd, heeft binnen de Kerk een eigen roeping. Ieder krijgt van God de genade die bij die levensstaat past. Zo wordt het leven van ieder die leeft volgens zijn/haar eigen roeping en opgave, door de gave van God gesterkt en toegerust om vrucht te dragen die blijvend is. (vgl. KKK, nrs. 1641-1642)

  3. De vruchtbaarheid van een nageslacht
    De Kerk zegt in KKK1652: “De kinderen zijn het mooiste geschenk van het huwelijk en zij dragen in hoge mate bij tot het welzijn van de ouders zelf. Gods die gezegd heeft: "Het is niet goed voor de mens dat hij alleen blijft" (Gen. 2,18) en die "in het begin de mens als man en vrouw gescha­pen heeft" (Mt. 19,4), wilde de mens op een bijzondere wijze laten deelnemen aan zijn eigen scheppingswerk en heeft daarom man en vrouw gezegend met de woorden: "Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u" (Gen. 1,28).”

Uiteraard blijft het niet bij de medewerking aan Gods scheppingswerk. Kinderen krijgen is één, ze opvoeden is twéé. Daarin gaat het niet alleen om een nette opvoeding tot burgermansfatsoen, met zorg, aandacht en orde. Het gaat ook om het laten deelnemen aan het goddelijk leven, door de kinderen te laten groeien in geloof, hoop en liefde, en alle zedelijke deugden.

Bedenk altijd: De uiteindelijke vruchtbaarheid van het huwelijk blijkt pas, als het hele gezin na het leven op aarde als één gezin in de hemel God mag aanbidden. Dat is het uiteindelijke doel van ieders levensroeping: opdat anderen de weg naar het eeuwig geluk mogen vinden – en daarin ligt ten diepste ook je eigen geluk.